THE
THUNDERBIRDS
De Voorburgse band The
Thunderbirds is wel op een heel speciale manier aan haar naam gekomen.
In 1965 kocht Rinus Muilwijk voor honderdvijftig gulden een drumstel bij
muziekhandel Henk Suiker op de Haagse Vaillantlaan. Op het voorste vel
van de basdrum stond reeds de naam Thunderbirds vermeld. Nou dacht
Rinus, als we met onze band, waar we toch nog geen naam voor hebben,
deze naam nou eens aannemen, dan ben ik snel klaar en hoef ik bovendien
geen nieuw voorvel voor mijn basdrum te kopen en vervolgens de
bandnaam daarop aan te brengen.|
Rinus is op elfjarige leeftijd
bij Forum Hadriani voor het eerst met een trommel geconfronteerd, later
moest hij van de toenmalige muzikale leider Theo Koppe, die overigens
zelf ook als drummer in menig bandje heeft gespeeld, maar klarinet gaan
spelen omdat het muziekkorps daar op dat moment erg behoefte aan had.
Helaas voor Theo heeft Rinus na de Forum Hadriani periode toch weer voor
de drums gekozen.
De band The Thunderbirds
bestond uit Bernhard van der Berg slaggitaar, Ton van der Meer
sologitaar (hij was de buurjongen van Bernhard), Rinus Muilwijk drums
en een zekere Jan waarvan men de achternaam niet meer weet op
basgitaar.
Het repertoire bestond
vooral uit nummers van bands die op dat moment
erg populair waren, zoals Spencer Davis, Small Faces, Kinks, Who
en Animals.
In de tuin van Bernard in de
Vondelstraat werd er, tot verdriet van de buren, gerepeteerd. Soms waren
er repetitiesessies met Hans Vandenburg (die later in Gruppo Sportivo
ging spelen). Omdat de buren vonden dat er maar ergens anders moest
worden gerepeteerd, ging Rinus ten einde raad naar het woonhuis van de
toenmalige Burgemeester van Voorburg, naast het Sportpark het Loo.
In eerste instantie werd hij
door de vrouw van de Burgemeester te woord gestaan, maar na enig
aandringen kreeg hij toch de Burgemeester zelf even te spreken. De
Burgemeester maakte voor Rinus een afspraak met de heer Snip, die
wethouder was en op de Voorburgse Rembrandlaan woonde. Mijnheer Snip
stuurde Rinus op zijn beurt weer door naar mijnheer Visser van het
recreatieschap, gevestigd in Leidschendam en de beheerder
van de kantine van de ijsbaan Leidschendam die langs de Vliet bij de Kerkbrug
was gelegen.
Bij de ijsbaan bevond zich het
groen geverfd houten (nood)gebouwtje, dat als kantine dienst deed in de
winter voor de schaatsers als het naburige terrein onder water werd gezet.