THE HUNKS
The Hunks was een band
die eind 1965 in het Haagse Spoorwijk was opgericht. Begin 1966 was de
samenstelling: Albert Tettero slaggitaar, Dick Pronk sologitaar, Rob
Wezepoel basgitaar, Harold Joëls zang en Lex Warnas drums. Lex en Rob
(die de enige Voorburger in de band was) kwamen er als laatsten in
februari 1966 bij.
Het repertoire bestond uit instrumentale nummers van de Shadows en
hoofdzakelijk nummers van The Kinks en The Beatles.
In de begin periode werd er altijd gerepeteerd in de slaapkamer van
Harold in de Hasebroekstraat bij het Alberdingk Thijmplein in Den Haag.
De gitaren werden zacht versterkt en Lex de drummer sloeg met zijn
drumstokken op een aantal tijdschriften die voor hem op de grond lagen
uitgestald, ieder tijdschrift stelde een specifieke trommel of bekken
voor.
Soms werd er versterkt gerepeteerd en tegelijk (gratis) opgetreden in
het naburige clubhuis ’De Fram’.
The Hunks had een grote schare fanatieke fans in Spoorwijk die altijd,
indien mogelijk, met de band meegingen. In het begin trad de band veel
op in clubhuizen in Spoorwijk en de Schildersbuurt. Later werd er vooral
in de bekende Haagse dansgelegenheden zoals Van Velzen, Kleinhaus,
Zuiderpark, Eekhoorn, Houtrust Rotonde, Monro bar, La Gaité, De Marathon
en ’t Casino (Club 192) opgetreden.
De vader van Harold had een winkel op de Laan van Meerdervoort, voor het
vervoer van de band mocht Harold het bestelbusje van zijn vaders bedrijf
gebruiken. In mei 1966 wordt de Voorburger Theo van der Heide manager
van de band. In augustus 1966 wordt Dik Pronk uit Scheveningen (een neef
van de sologitarist Dick) de manager en verlaat Albert de band. Vanaf
dat moment tot december 1966 wordt er als viermans-band opgetreden.
Er breekt nu een tijd aan
waarbij de band bijna constant in de Scheveningse dancings optreedt en
soms in Noordwijk, meestal op basis van maandcontracten. Augustus in de
Starclub, september in de Beatclub en oktober in Top Ten. In november
1966 wordt de Hongaarse eigenaar van de Beatclub (Martin) manager van
The Hunks. Vanaf dat moment wordt de Scheveningse Beatclub de
thuishaven.
In december besluit Harold met
de band te stoppen, waarna gitarist/zanger Ton Sijpesteijn de plaats van
Harold inneemt. Ton kende nog een toetsenman, Aad van der Berg, waarna
de band weer uit vijf personen bestond. De band gaat nu voor een
landelijk boekingsbureau spelen, waarna er door heel Nederland wordt
opgetreden.
In november 1967 wordt in de
GTB-studio te Den Haag een plaatopname gemaakt, met als A-kant het
gecoverde Irene Goodnight en op de B-kant een eigen nummer It’s a
Wonder. Voor het vervoer van de
muziekinstrumenten en soms ook enkele bandleden, had de band de
beschikking over een eigen VW-busje, waarop met grote letters de
bandnaam was vermeld. Het “HUNKS” busje werd om toerbeurt bestuurd door
een groepje Voorburgse Roadmanagers: Hans van Geen, Aad Hooidonk en Leo
Janszen. Behalve het landelijke circuit, werd er ook regelmatig in
Voorburg opgetreden o.a. in de Fjord, het Groene Huisje en verschillende
sociëteiten. Na afloop van een optreden werd er altijd verzameld bij
Annie Stuut aan het Westeinde voor een balletje mayo. Eind 1967 zijn de bandleden
het door Nederland toeren zat en willen de muzikanten weer in
Scheveningen spelen, uiteraard wordt het weer de Beatclub. Na de hele
maand oktober in de Beatclub te hebben gespeeld, wordt het jaar
afgesloten met een maandcontract voor de maand december in de
Scheveningse dancing Pam Pam.
Van januari tot augustus 1968
wordt er weer veel landelijk opgetreden. In augustus wordt de band
benaderd om een aantal maanden voor een NAVO-basis in Italië te gaan
spelen. Alle bandleden, behalve Rob, zien dit wel zitten. In september
vertrekt de band met een andere bassist naar Italië.
Het verblijf is slechts van
korte duur, in oktober keren de meeste muzikanten teleurgesteld weer
terug in Nederland. Dit was het einde van The Hunks.
Anekdote:
Tijdens een optreden in Leiden in de Kleine Burcht werd de grote
verdwijntruc uitgevoerd. Tijdens het optreden staat Albert Tettero
gitaar te spelen op een gesloten souffleursluik in het podium, ineens
springt Harold Joëls op zijn rug, waarna beiden door het luik heen
zakken en voor het publiek uit het zicht verdwijnen. De muziek ging
gewoon door, gelukkig was er geen lichamelijk letsel, maar er is daarna
wel even een pauze ingelast. Vanaf dat moment sprak men in Leiden over
de band met de verdwijntruc.
Rob vertelt: “Op een
zaterdagmiddag waren we met ons VW-busje vanuit Den Haag onderweg naar
Arnhem voor een optreden. Ik reed en Ton en roadmanager Hans van Geen
zaten voorin naast mij. Lex en Aad zaten achterin. We hadden slechts een
achterbank, de tweede bank was uit de bus gehaald anders pasten alle
muziekinstrumenten er niet in. Ter hoogte van Gouda viel het Ton, Hans
en mij op dat veel auto’s die ons passeerden toeteren en de inzittenden
ons vriendelijk lachend toezwaaiden. In eerste instantie vonden we dat
niet vreemd, want de bandnaam stond immers met grote letters op de bus
en men toeterde en zwaaide wel meer naar ons, dus wij maar vriendelijk
terugzwaaien. Toen ik na enige tijd echter in mijn achteruitkijkspiegel
keek zag ik dat Lex en Aad met hun blote kont boven op het drumstel voor
de achterruit zaten, toen begrepen Ton, Hans en ik de reactie van de
passerende automobilisten”.